Spreektekst Statenvergadering 30-3-2012 Stichting BCH 2018

Voorzitter,

Een citaat: "Je kunt voor of tegen zijn, maar het moet wel goed geregeld worden". Ik kom hier nog op terug.

In de handleiding voor steden die dingen naar culturele hoofdstad Europa die in het kader van de Stichting Eindhoven/Brabant 2018 relevant is, wordt gezegd dat men zich moet concentreren op de kwaliteit en de bijzondere eigenschappen van de projecten en niet op de politieke dimensie van de contacten. De Europese dimensie van het evenement dient objectief benaderd te worden.

Verder staat er te lezen dat het bij de voorbereiding van het evenement van cruciaal belang kan zijn dat de artistiek directeur en de met de uitvoering van het programma belaste structuur, onafhankelijk zijn van de politieke autoriteiten. Oftewel: Europa dicteert dat de politiek zich niet met de inhoud moet bemoeien en gewoon een blanco cheque moet uitschrijven. Wat is er gebeurd met het aloude credo "wie betaalt, bepaalt"? Sinds Europa over ons regeert is dat credo kennelijk geschrapt en vervangen door: "wie betaalt, moet geld schuiven en verder zijn mond houden".

Door het oprichten van deze stichting, met als doel het gezamenlijk publiek belang van het binnenhalen van de titel Culturele Hoofdstad 2018 behartigen, komt de politiek op afstand te staan. Daarom is het noodzakelijk dat de provincie Noord-Brabant de vinger aan de pols kan houden en erop kan toezien dat publieke middelen, die door de provincie ter beschikking worden gesteld, op een verantwoorde manier worden ingezet. We moeten niet vergeten dat het om heel veel gemeenschapsgeld gaat en dus heeft de Brabantse burger er recht op volledig geïnformeerd te zijn en iets te zeggen te hebben over waar zijn zuurverdiende geld aan wordt besteed.

Voorzitter,

De stichting wordt een doorgeefluik van provinciale en gemeentelijke subsidies, te besteden aan culturele zaken waar het bestuur van de stichting volledig de vrije hand in krijgt. Dit roept bij onze fractie de volgende vragen op. Worden door de stichting ook regels opgesteld voor gelden die aan derden worden doorgespeeld? En wat zijn de bezwaarmogelijkheden voor organisaties waarvan de verzoeken om een bijdrage door de stichting zijn afgewezen? Hebben derden inzage in de manier waarop er met de publieke gelden wordt omgegaan en welke (inhoudelijke) afweging er plaatsvindt? Worden de uitgaven, gedaan door de stichting, ook in het openbaar subsidieregister opgenomen? Graag op al deze vragen een helder en duidelijk antwoord.

Wij mogen vandaag onze wensen en bedenkingen kenbaar maken. Heel veel in de statuten van deze op te richten stichting is nog niet geregeld en moet dus nog ingevuld worden. Ik noem een paar voorbeelden: de vestigingsplaats is Eindhoven, de locatie is nog niet bepaald en de begrote kosten zijn nog niet vastgesteld; er is nog geen profielschets van de voorzitter van de Stichting, maar wel een naam!; er zijn nog geen beloningsnormen vastgesteld, de statuten voorzien erin dat de bestuurders dit onderling in achterkamertjes gaan regelen.

Ook plaatst de PVV-fractie een aantal vraagtekens bij elementen die wel zijn ingevuld: er wordt gesproken over de Balkenende norm. Ter informatie: in de wereld buiten dit Provinciehuis is er intussen een discussie losgebarsten over het salaris van de artistiek directeur en over het feit dat de Balkenende norm in deze tijden van economische nood en offers van de belastingbetalers wel erg riant is. Onze fractie heeft daar nog een andere term voor, en plaatst Balkenendenorm salarissen voor dit soort functies onder de noemer schaamteloze zelfverrijking. De PVV fractie dient dan ook samen met de fracties van de PvdA en OSN en D'66 een motie in om ervoor te pleiten dat de maximale beloning op basis van fulltime aanstelling voldoet aan een norm die in Brabant acceptabel is, de zogenaamde Brabantnorm. Daarbij hebben we nog een specifieke vraag aan de gedeputeerde: gaat er in de voorwaarden ook nog sprake zijn van bonussen, ontslagvergoedingen of afvloeiingsregelingen? Graag een heldere uitleg hierover.

Verder worden in de statuten ontbindende voorwaarden opgesomd, maar vreemd genoeg ontbreken politieke redenen daarbij. Wat als in de provincie of in 1 van de deelnemende steden de politieke meerderheid voor steun vervalt? Dit is nu totaal onduidelijk. Een aanvulling op de ontbindende voorwaarden zou dan ook op haar plaats zijn, en wij willen graag een reactie van de Gedeputeerde hierop.

Voorzitter,

Een heel belangrijk punt wat ik ook al in de commissievergadering heb aangegeven, is de Wet openbaarheid bestuur, die niet genoemd wordt. Volgens de gedeputeerde hoeft dat ook niet. Hier wil ik nog wel wat over kwijt. De gedeputeerde gebruikt het argument dat een dienst of instelling die onder een bestuursorgaan valt, automatisch Wob plichtig is. De werkelijkheid is echter weerbarstiger dan de gedeputeerde doet voorkomen. Jurisprudentie in soortgelijke gevallen wijst uit dat er in de bestuursrechtspraak eerst wordt gekeken of een overheidstaak is opgedragen en of publiekrechtelijke bevoegdheden aan haar zijn toegekend. Deze dienst of instelling moet 'met openbaar gezag zijn bekleed'. Dit 'openbaar gezag'-kenmerk is neergelegd de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit wordt ook wel vertaald met: is de dienst, instelling of organisatie een bestuursorgaan? Mijn vraag is dan ook: is de gedeputeerde op de hoogte van de jurisprudentie? Zo ja, waar wijkt de oprichting van deze stichting af van vergelijkbare gevallen, zodat deze stichting wel automatisch onder de Wob zou vallen? Kan de gedeputeerde een keiharde 100% garantie geven dat de stichting onder de Wob zal vallen?

De voorgestelde constructie maakt het trouwens nog onduidelijker: onder welk bestuursorgaan gaat deze stichting vallen: de provincie, Eindhoven, Den Bosch, Tilburg, Breda, Helmond? Een combinatie van deze partners is in elk geval geen bestuursorgaan in de zin van de wet. Daarom zou onze fractie, voor de zekerheid, in de statuten opgenomen willen zien dat de stichting alle verzoeken met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur zal honoreren. Daartoe een motie hierover.

Voorzitter,

Uit diverse enquêtes blijkt het met de betrokkenheid van de Brabanders slecht gesteld te zijn. Sterker: de Brabanders zijn in grote meerderheid tegen deze politieke droom van Brabant Culturele Hoofdstad. Met het gedrocht wat er voor ons ligt trek je ze echt niet over de streep: sterker nog, door deze constructie met de voorgenomen stichting zal er nog minder draagvlak komen. We hebben intussen het bidbook mogen inzien: ook daar is en blijft vaagheid troef. Volgens de artistiek directeur heeft het bidbook met de planvorming immers een open karakter. Hij zei dit vorige maand al tijdens een bijeenkomst in Breda. En volgens zijn zeggen kan het eindresultaat er in 2018 heel anders uitzien dan nu in het bidbook wordt voorgesteld. Dat schept echt weinig vertrouwen in iemand die nu 1500 euro per dag krijgt om een duidelijk traject uit te zetten. En de politiek staat er bij, kijkt er naar, haalt de schouders op en stort vervolgens de volgende zak belastinggeld in deze bodemloze put.

Voorzitter,

Ik ga afronden. "Je kunt voor of tegen zijn, maar het moet wel goed geregeld worden". Dat waren de woorden van de gedeputeerde, maar het voorliggend stuk voldoet daar geenszins aan volgens de PVV fractie. Sterker nog, wij vinden het een 6-koppig monster. Onze wensen en bedenkingen zijn duidelijk genoeg. Onze allergrootste wens is dat het college deze prestigeflauwekul per direct stopzet. Wij zijn ervan overtuigd dat dit de steun krijgt van de meerderheid van de Brabantse belastingbetalers, getuige ook de resultaten van ons onderzoek daarnaar. Brabant moet zich concentreren op een bestendige culturele basisinfrastructuur, zonder elitaire feestjes met boboborrels, culturele luchtfietserij en onzeker rendement.