Statenvragen PVV Noord-Brabant inzake handhaving boerkaverbod in het OV

Geacht college,

In het Algemeen Dagblad van 25 juli 2019 lazen wij dat het ‘boerkaverbod’ niet gehandhaafd zal worden door de concessiehouders.[1]

De PVV heeft hierover de volgende vragen:

1. Heeft u kennis genomen van het artikel in het AD en kunt u bevestigen dat het daarin vermelde juist is? Zo nee, waarom niet en/of wat klopt er niet?

2. Kan het college aangeven in hoeverre dit ook voor de Brabantse OV-concessies van toepassing is?

3. Bent u het met de PVV eens dat de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding gehandhaafd dient te worden?

4. Artikel 1 eerste lid van deze wet stelt: “Het is verboden om in het openbaar vervoer en in gebouwen en bijbehorende erven van onderwijsinstellingen, overheidsinstellingen en zorginstellingen kleding te dragen die het gezicht geheel bedekt of zodanig bedekt dat alleen de ogen onbedekt zijn, dan wel onherkenbaar maakt.” In de wet worden verder géén uitzonderingen gemaakt voor het openbaar vervoer.[2] Kan het college bevestigen dat daarmee het eigenstandig door de concessiehouders maken van uitzonderingen niet aan de orde kan zijn? Zo nee, waarom niet?

5. Deelt het college de mening van de PVV fractie dat het onaanvaardbaar is om voor de voor velen bedreigend overkomende boerka - feitelijk een gestoffeerde islamitische vrouwengevangenis - een uitzondering gemaakt moeten worden, zoals de concessiehouders willen? Zo nee, welke wetten mogen concessiehouders wat uw college betreft nog meer in de wind slaan?

6. Kan het college aangeven of er afspraken zijn gemaakt met de Brabantse OV-concessiehouders over de toepassing en handhaving van het wettelijke verbod op gezichtsbedekkende kleding in het OV? Zo ja, welke afspraken?

7. Bent u bereid de Brabantse concessiehouders duidelijk te verstaan te geven[3] dat de wet nageleefd moet worden en dus dragers en draagsters van een boerka de toegang tot het OV zonder uitzondering ontzegd dient te worden? Zo ja, hoe gaat u dat doen. Zo nee, waarom niet?

8. Kan het college bevestigen dat Brabantse buschauffeurs te allen tijde boerkadraagsters en andere gezichtsbedekkende kleding moeten kunnen weigeren en zij altijd de gelegenheid moeten hebben om de politie hiertoe in te kunnen schakelen voor rechtshandhaving? Zo nee, waarom niet?

9. Deelt het college de mening van de PVV fractie dat de stiptheid van de dienstregeling géén beletsel mag zijn voor buschauffeurs om de politie in te kunnen schakelen ter handhaving van het verbod? Zo nee, waarom niet?

10. Bent u bereid in te grijpen indien een buschauffeur vermaand of aangesproken wordt door een concessiehouder omdat hij een drager of draagster van een boerka of andere gezichtsbedekkende kleding weigert[4], zoals onder andere eerder in Oosterhout het geval was[5]? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

11. Wat zijn de consequenties voor de concessiehouders indien zij inderdaad de wetgeving aan hun laars lappen? Indien geen consequenties: welke wetten mogen zij wat u betreft nog meer overtreden zonder enige consequentie?

Vriendelijke groet,
Namens de PVV Noord-Brabant
Harry van den Berg
Alexander van Hattem

[1] https://www.ad.nl/den-haag/ov-bedrijven-gaan-boerkaverbod-niet-handhaven-nieuwe-wet-voor-ons-niet-werkbaar~a12344ca/ 

[2] https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20180717/publicatie_wet/document3/f=/vkq3cqcjhvz7.pdf 

[3] https://www.telegraaf.nl/watuzegt/2843626/uitslag-stelling-radicale-moslima-bekeuren 

[4] https://www.telegraaf.nl/nieuws/941788/buschauffeur-weigert-vrouw-met-boerka 

[5] https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/196312/Chauffeur-weigert-vrouw-met-nikab-toegang-tot-bus-in-Oosterhout-Arriva-zegt-sorry-VIDEO