Statenvragen vervolgvragen n.a.v. statenmededeling XXL dstributiecentra

Geacht college,

U stuurde Provinciale Staten d.d. 3 november een statenmededeling over het provinciaal beleid en regionale samenwerking bij xxl-logistiek, waarover de PVV serieuze statenvragen stelde. Uw antwoorden daarom d.d. 15 december zijn op een aantal punten vaag, incompleet, of het antwoord is een herhaling van de vraag.

De PVV heeft daarover de volgende schriftelijke vragen:

1. U stuurde Provinciale Staten d.d. 3 november een statenmededeling over het provinciaal beleid en regionale samenwerking bij xxl-logistiek, waarover de PVV serieuze statenvragen stelde. Uw antwoorden daarom d.d. 15 december zijn op een aantal punten vaag, incompleet, of het antwoord is een herhaling van de vraag.
De in onze statenvragen van 26 nov gevraagde documenten ziet de PVV dan ook graag spoedig tegemoet.

2. Vraag 1b. luidde Welke definitie hanteert het college t.a.v. het begrip 'selectief'? Volgens het college -aldus het antwoord- gaat het niet om het hanteren van een definitie, maar om het toepassen van een beoordelings- of afwegingskader in de context van een locatie.

a. Wat wil 'in de context van een locatie' zeggen?

b. Is het juist te veronderstellen dat het college bedoelt te zeggen dat het college geen uniform kader voor beoordeling of afweging hanteert, maar per locatie beoordeelt en afweegt?

c. Waarom wordt er geen uniform kader gehanteerd?

d. Graag ontvangt de PVV voor alle 8 locaties het beoordelings- en afwegingskader.

3. Vraag 2b luidde "welke regionale afspraken betreft het precies die zijn aangescherpt?", waarop het antwoord luidde: "het betreft de regionale afspraken die we met de regio's maken over bedrijventerreinen.

a. Gezien de notitie over de bedrijventerreinen ging, is dat een flauw antwoord. Graag een ter zake antwoord.

b. Het antwoord op vraag 2c is niet concreet. Graag een ter zake antwoord.

4.
a. Wie of wat is "Logistieke Agenda Brabant"?

b. Welke rol speelt Hekkelman Advocaten precies?

5. Vraag 4 luidde "Aanleiding hiervoor was de forse geprognosticeerde ruimtevraag naar (zeer)
grootschalige logistiek en de nog grotere planomvang die in voorbereiding was bij
logistieke gemeenten.a. Graag ontvangt de PVV álle documenten inclusief concepten, afstemming, communicatie, correspondentie, onderliggende rapporten etc. etc. omtrent deze geprognosticeerde ruimtevraag." Het antwoord van het college luidde dat dit opgevat wordt als een informatieverzoek, waarvoor de 'vraag achter de vraag' helderder zou moeten worden gemaakt.

a. Hoe onderbouwt het college zijn stelling in de notitie van 3 november van het bestaan van een 'forse geprognosticeerde ruimtevraag naar (zeer) grootschalige logistiek en de nog grotere planomvang die in voorbereiding was bij logistieke gemeente' als er kennelijk geen ter zake documenten bij de provincie op de plank liggen om dergelijke stellingen te onderbouwen? Op basis van welke kennis, communicatie, correspondentie en documentatie is deze stelling dan in de notitie terecht gekomen?

6. Vraag 5b "Resultaat van de bovenregionale afstemming was overeenstemming over een beperkt aantal locaties waar de uitbreidingsvraag van (X)XL-logistiek in Brabant geaccommodeerd kan worden (clusteringsbeleid). Bovendien is afgesproken om deze locaties vraaggericht te gaan ontwikkelen. Exact in welke planfasen bevonden zich op dat moment van die afspraken alle van de in de notitie genoemde 8 plannen?"

a. graag een ter zake antwoord zoals gevraagd, per locatie.

Vraag 5c luidt Welke definitie hanteert het college voor het begrip 'vraaggericht ontwikkelen'? "

Het antwoord van het college luidde: "Wij hanteren geen definitie, maar uitgangspunten. Uitgangspunt bij vraaggericht ontwikkelen is dat er pas ontwikkeld kan worden als er een of meer concrete eindgebruikers in beeld zijn, de concrete marktvraag is aangetoond en de prognoses laten zien dat er vraag is. Dit vereist een andere manier van werken en denken dan aanbodgericht ontwikkelen van zowel de overheden als ondernemers. Als een bedrijf een kavel nodig heeft, verleent de gemeente maatwerk door aansluitend aan bedrijventerrein of bebouwing een kavel te ontwikkelen."

b. Voor alle 8 de locaties ontvangt de PVV graag alle informatie m.b.t. de concrete eindgebruikers (mag worden geanonimiseerd), informatie waarmee de marktvraag wordt aangetoond, alsmede de prognoses die de vraag inzichtelijk maken.

Vraag 5d "Op basis van welke criteria is er groen licht voor ontwikkelen? "
Het antwoord van het college luidt dat in elk regio een werkwijze is vastgelegd.

c. Graag ontvangt de PVV de actuele regionale afspraken waar het college t.b.v. de beantwoording naar verwijst.

Vraag 5f. luidt "Welke exacte afspraken zijn gemaakt over 'het principe dat deze locaties
vraaggericht ontwikkeld gaan worden'? Het antwoord luidt: "De afspraak dat deze locaties vraaggericht (door) ontwikkeld zullen
worden."

d. Graag een ter zake antwoord op de vraag.

7. Vraag 6a luidde: "Hierbij gaat het veelal om uitbreidingen van bestaande bedrijventerreinen, waarbij een vraaggerichte ontwikkeling goed mogelijk is", stelt het college t.a.v. de locaties. Bij 3 van de 8 planlocaties is echter sprake van nieuwe locaties, waarvoor dan tevens natuur opgeofferd wordt. Hierover stelt het college: "Uitzondering zijn een beperkt aantal greenfieldontwikkelingen (LPM, Wijkevoort en Heesch-West), waarbij voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan een zekere plancapaciteit nodig is. Deze locaties worden (daarna) ook vraaggericht
doorontwikkeld. Voor de ontwikkeling van de genoemde locaties zijn soms ook nog specifieke(re) afspraken gemaakt. Zo is voor LPM afgesproken dat deze locatie ontwikkeld wordt voor VAL/VAS-bedrijven (Value Added Logistics/Services) groter dan 5 ha. Diverse andere terreinen worden niet alleen ontwikkeld voor logistiek, maar ook voor (maak)industrie. Kan het college uitleggen waarom de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan een zekere plancapaciteit vergt? Graag heldere en ter zake toelichting."
Het antwoord van het college luidde "er is volume nodig voor een zelfstandig functionerend bedrijventerrein"

a. Wat is de noodzaak voor een zelfstandig terrein?

b. Het college stelt dat een aantal planlocaties sprake is van een nieuwe locatie omdat het bestemmingsplan een zekere plancapaciteit vraagt. Behalve dat geschermd wordt met het bestemmingsplan, wat vraagt het projectplan op basis waarvan het college dit bestemmingsplan wil realiseren?

Vraag 6b luidde: "Kan het college de exacte criteria geven van de definiëring van 'vraaggericht' en 'aanbodgericht' die het college hanteert?"
Het antwoord van het college luidde: "Nee. We hanteren geen criteria, we maken regionale afspraken over een werkwijze om vraaggericht bedrijventerreinen te ontwikkelen, waarbij we overaanbod willen voorkomen."

c. Op welke wijze wordt uniformiteit in beleid, handelwijze en werkwijze van het college gewaarborgd bij afwezigheid van definities en criteria en het bestaan van een werkwijze per regio?

d. Op welke wijze wordt (de schijn van) bestuurlijke willekeur vermeden?

Vraag 6c

e. Graag ontvangt de PVV een onderbouwd antwoord op de vraag.

 

Namens de PVV Noord-Brabant,

Patricia van der Kammen