Statenvragen Beroep tegen zonnepark Heidebos Sint-Michielsgestel
Geacht college,
In juli 2025 heeft u schriftelijk gereageerd op Statenvragen over zonnepark Heidebos. Daarin gaf u aan dat twee projecten voor zonneparken (Heidebos en Poeldonk) op meerdere punten in strijd waren met de Omgevingsverordening Noord-Brabant, zoals ook bleek uit de door u ingediende zienswijzen. Desondanks heeft de gemeente Sint-Michielsgestel beide projecten inmiddels definitief vergund. Uit de openbare besluitenlijst van 2 februari jl. blijkt nu dat GS uitsluitend in beroep gaat tegen de vergunning van zonnepark Poeldonk, en dus bewust afziet van beroep tegen zonnepark Heidebos.
Dit roept de volgende vragen op:
1. In juli 2025 heeft u schriftelijk gereageerd op Statenvragen over zonnepark Heidebos[1]. Daarin gaf u aan dat twee projecten voor zonneparken (Heidebos en Poeldonk) op meerdere punten in strijd waren met de Omgevingsverordening Noord-Brabant, zoals ook bleek uit de door u ingediende zienswijzen. Desondanks heeft de gemeente Sint-Michielsgestel beide projecten inmiddels definitief vergund. Uit de openbare besluitenlijst van 2 februari jl.[2] blijkt nu dat GS uitsluitend in beroep gaat tegen de vergunning van zonnepark Poeldonk, en dus bewust afziet van beroep tegen zonnepark Heidebos.
a. Wat is de exacte reden waarom GS afziet van beroep tegen Heidebos, terwijl het college eerder nog constateerde dat dit project, net als Poeldonk, op meerdere punten in strijd is met de Omgevingsverordening?
b. Welke concrete verschillen ziet u tussen beide projecten die deze ongelijke behandeling rechtvaardigen?
c. Kan het college aangeven waarom tijdens de beantwoording van onze mondelinge vragen over deze casus tijdens de PS-vergadering van 30 januari jl. door het college GS de suggestie werd gewekt alsof het nog helemaal niet duidelijk was waar tegen wel en geen bezwaar zou gaan worden gemaakt?
d. Kan in dat kader duidelijk worden gemaakt waarom ambtelijk is gecommuniceerd dat in de collegevergadering alléén Poeldonk was geagendeerd in verband met het indienen van een beroepsschrift?
2. Uit de publicatie in het gemeenteblad blijkt dat de definitieve vergunningen voor zowel Poeldonk als Heidebos volledig ongewijzigd zijn ten opzichte van de ontwerpvergunningen waarop uw zienswijzen betrekking hadden.
a. Welke concrete aanpassingen (indien al) zijn er daadwerkelijk doorgevoerd in beide projecten ten opzichte van de versies waarop uw zienswijzen waren gebaseerd?
b. Hoe beoordeelt u het feit dat de gemeente de provinciale zienswijzen lijkt te hebben genegeerd en de vergunningen ongewijzigd heeft verleend?
c. Is op alle concrete punten uit uw zienswijzen volledig tegemoetgekomen (graag uitputtend benoemen)? Zo nee, welke punten zijn bewust genegeerd en waarom accepteert u dat bij Heidebos wel, maar niet bij Poeldonk?
3. In uw beantwoording van juli 2025 gaf in het antwoord op vraag 2a aan: “In het geval van de ontwikkeling Heidebos zijn zeer strikte randvoorwaarden meegegeven. […] Wordt er echter niet aan die randvoorwaarden voldaan dan is er een strijdigheid met de Omgevingsverordening op grond waarvan de gemeente de BOPA verplicht moet weigeren.”
a. Op welke wijze gaat u controleren of uiteindelijk aan deze “strikte randvoorwaarden” is voldaan?
b. Bent u voornemens om er, wat betreft het proces van vergunningverlening, consequenties aan te verbinden als blijkt dat het zonnepark Heidebos niet aan de gestelde randvoorwaarden kan voldoen?
c. Hoe gaat u toezicht houden op het naleven van de eisen voor groenblauwe waarden en robuuste natuurontwikkeling?
4. In uw beantwoording van juli 2025 constateerde u verder expliciet dat de gemeente Sint-Michielsgestel de treden van de zonneladder “niet correct heeft afgepeld” en dat nog aanvullend onderzoek nodig was naar de potentie op andere treden.
a. Is de gemeente inmiddels wél volledig tegemoetgekomen aan deze eis en zijn alle treden van de zonneladder correct en volledig onderzocht?
b. Zo ja, waaruit blijkt dat dan concreet?
c. Zo nee, waarom accepteert u dan toch de vergunning van Heidebos?
d. Waarom accepteert u de realisatie van dit project terwijl dit project bestaat uit kostbare landbouwgrond, omringd door kwetsbare NNB-natuur, en de zonneladder dus evident niet is doorlopen?
5. Op enkele meters van het geplande zonnepark Heidebos is een dassenburcht gevestigd.
a. Is de provincie bekend met het feit dat er een dassenburcht is gevestigd naast het geplande zonnepark Heidebos?
b. Op welke wijze heeft de provincie -vanuit de rol van bevoegd gezag in het kader van de NB-wet-, vastgesteld of er al dan niet sprake is van potentiële verstoring van de habitat van de das in dit gebied als gevolg van het beoogde zonnepark?
c. Heeft er uitgebreid ecologisch onderzoek plaatsgevonden, anders dan slechts één of enkele momentopnames?
6. De provincie is niet alleen natuurverlener, vergunningverlener en handhaver, maar ook regisseur van de RESsen en wil zelfs méér opwek realiseren dan wettelijk verplicht.
a. Vanuit welk primair belang weegt u af of een beroepschrift wordt ingediend: handhaving van de eigen Omgevingsverordening, bescherming van natuur en landbouwgrond, of juist maximale realisatie van zonne-energie ongeacht de locatie?
b. Hoe weegt u deze belangen concreet tegen elkaar af bij Heidebos versus Poeldonk?
c. Waarom prevaleert bij Heidebos blijkbaar het belang van realisatie boven handhaving van uw eigen regels?
7. Het handelen van GS komt over als inconsistent en selectief: waar u bij Poeldonk de strijd met de Omgevingsverordening (met name cultuurhistorische waarden en onvoldoende locatieonderbouwing) wél aanvecht, laat u bij Heidebos dezelfde overtredingen ongemoeid.
a. Is het college alsnog bereid om binnen de lopende beroepstermijn, dus vóór 9 februari, een beroepschrift in te dienen tegen zonnepark Heidebos, al dan niet pro forma? Zo nee, waarom niet?
b. Indien het college hiertoe niet bereid is: bent u bereid om schriftelijk en openbaar aan de omwonenden, natuurverenigingen en andere indieners van zienswijzen tegen Heidebos uit te leggen waarom u bewust kiest voor inconsequente handhaving en waarom u de eigen Omgevingsverordening selectief toepast? Zo nee, waarom niet?
8. Kunt u deze vragen vóór 9 februari beantwoorden?
Namens de PVV Noord-Brabant,
Patricia van der Kammen
[2] https://www.brabant.nl/publish/pages/18542/20260202_obl_activiteiten.pdf
