Vervolgvragen preventieve stroomuitval in Tilburg
Geacht college,
11 augustus jl. heeft uw college onze schriftelijke vragen over de stroomuitval in Tilburg van afgelopen juli beantwoord.[1] Deze beantwoording laat naar onze mening te wensen over en roept tevens enkele nieuwe vragen op.
De PVV heeft daarom de vervolgvragen:
1. 11 augustus jl. heeft uw college onze schriftelijke vragen over de stroomuitval in Tilburg van afgelopen juli beantwoord. Deze beantwoording laat naar onze mening te wensen over en roept tevens enkele nieuwe vragen op.
a. Zo stelde het college in de beantwoording van vraag 1 en 2 dat er in Tilburg en omgeving geen sprake was van daadwerkelijke overbelasting, maar 'slechts' van een foutieve meetwaarde. Omroep Brabant meldde dat het op maandag 6 juli in Dieden (nabij Oss) wél noodzakelijk was om bijna honderd huishoudens tijdelijk van het stroomnet af te sluiten om overbelasting te voorkomen, waarbij Enexis expliciet aangaf: “Daar was het netwerk wel overbelast en we zijn bang dat we dat vaker gaan zien.”[2] Is het college van mening dat deze concrete melding van daadwerkelijke overbelasting ook ‘geen verband [houdt] met elektrificatie, verhoogde belasting van het net en/of kritieke stroomnetten’, zoals gesteld in het antwoord op vraag 1b?
b. Staat het college, gezien de hierboven aangehaalde uitspraak van Enexis en het voorval in Dieden, nog achter steeds de uitspraak, zoals verwoord in het antwoord op vraag 6d, dat ‘een betrouwbaar, betaalbaar en robuust duurzaam energiesysteem niet zonder elektriciteit vanuit wind en zon kan’?
c. Zo ja, kunt u dit concreet onderbouwen?
d. Kunt u in dat kader tevens ingaan het fenomeen wiebelstroom, bijvoorbeeld zoals toegelicht door EW magazine[3]?
e. Is het college bereid Enexis te vragen om een volledig overzicht van alle (dreigende) overbelastingen en preventieve afschakelingen in Noord-Brabant tussen 2022 en 2026, inclusief die bij Dieden?
2. In antwoord op vraag 3a (In eerste instantie werd op Omroep Brabant gemeld dat "Enexis liet weten nog niet te weten wat de oorzaak van de storing was." Later op de dag werd aangegeven dat Enexis de stroom bewust had uitgeschakeld. Kan het college, als aandeelhouder van Enexis, verklaren waarom Enexis in eerste instantie niet de waarheid sprak over de stroomuitval, terwijl men zélf de stroom had uitgezet?) reageert het college met een verhaal over handelen volgens protocollen door Enexis.
Het college geeft geen ter zake antwoord op de vraag. Graag ontvangt de PVV fractie een relevant antwoord op de vraag waarom Enexis eerst aangaf niet te weten wat de oorzaak was, terwijl Enexis ZELF die stroom had uitgezet.
3. Het college antwoordt op vraag 7b dat de gezondheidsschade door fossiele brandstoffen “vele malen hoger” zou zijn dan die door duurzame energie. Dit is geen antwoord op de gestelde vraag. De vraag was expliciet hoeveel gezondheidsschade of achteruitgang in gezonde levensjaren het college acceptabel vindt om door te gaan met de huidige beleidskoers van verregaande elektrificatie en wiebelstroom.
a. Kunt u dit alsnog concreet en gekwantificeerd beantwoorden?
b. Zo nee, kan in dat geval worden geconcludeerd dat het college geen enkele bovengrens hanteert voor gezondheidsrisico's, gezondheidsschade of daling van het aantal gezonde levensjaren en daarmee de belangen van Brabantse inwoners ondergeschikt maakt aan de energietransitie?
4. Het college heeft, gezien de antwoorden op vraag 10 en 11, nog altijd een afwijzende houding ten opzichte van het versnellen van kernenergie en het behoud van een robuuste gasinfrastructuur als prioriteit, terwijl het college tegelijkertijd de problemen met zon en wind bagatelliseert. Gezien de herhaalde signalen van Enexis over overbelasting en de recente preventieve uitschakeling in Dieden: is het college bereid om alsnog een realistisch alternatief perspectief op Energie te onderzoeken, waarbij kernenergie en gas prioriteit krijgen boven verdere uitrol van wiebelstroom, of blijft Brabant vasthouden aan een koers die aantoonbaar tot meer netcongestie en uitval leidt?
5. Bij onze vraag 4 toonden wij een tabel, waarvan het college aangaf te denken dat het om gedateerde cijfers zou gaan.Het betrof geen gedateerde cijfers, maar CBS gegevens van 2011-2025 over Productie en verbruik, en import en export van stroom. Onderstaand de tabel nogmaals, nu met de labels ingevoegd:

Aanvullend kan nog worden vermeld, dat in 2026 ook weer een recordproductie electriciteit bestaat, met name in kolencentrales (de productie tot nu toe overtreft die van geheel 2024). Deze overproductie is voor een belangrijk deel wederom voor de export[4].
a. Kan het college vraag 4b uit de statenvragen van 6 juli beantwoorden op basis van deze bovenstaande tabel en de extra info m.b.t. 2026?
b. In antwoord op vraag 4c, of het college bereid is ervoor te zorgen dat er geen overproductie van electriciteit t.b.v. de export plaatsvindt, geeft het college aan daar niet over te gaan. Het college maakt zichzelf echter altijd graag erg belangrijk als het gaat om energie, bijvoorbeeld door allerlei coördinerende en regietaken naar zich toe te trekken, en door een bovenwettelijke ambitie als het gaat om klimaatdoelen (die dan moeten worden behaald met vooral nóg meer windturbines en zonneparken). Kan het college becijferen hoeveel extra elektriciteitsproductie uit wind en zon deze bovenwettelijke ambitie omvat?
c. Zo nee, waarom niet?
d. Wanneer komt het college tot het inzicht dat het provinciale energiebeleid totaal misplaatst is?
Namens de PVV Noord-Brabant,
Patricia van der Kammen