Onze provinciale bijen hebben de afgelopen maanden uitstekend werk verricht mede dankzij imker Joek Feijen-Henkens. 55 potjes van dit gele goud zijn geoogst in onze provinciale vlindertuin. Een resultaat om als Staten trots op te zijn en ik wil de ambtenaren (waaronder hier aanwezig Eefje en Rob) dan ook bedanken voor hun enthousiasme om dit mede mogelijk te maken. Afgelopen week heb ik de honing reeds mogen proeven en ik ben dan ook verheugd dat ik vandaag aan de fractievoorzitters een potje Brabantse provinciale Statenhoning mag aanbieden, zodat zij ook kunnen genieten van deze bijsmaak.
De PS vergadering van 7 februari stond vooral in het teken van het ruimtelijk beleid: de herziening van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en de Verordening Ruimte. Het zwaartepunt van de in totaal bijna 15 uur durende marathonvergadering lag bij de nieuwe maatregelen voor de veehouderij.
Kort samengevat moeten de plannen van het college van GS ervoor zorgen dat de overlast en risico’s van de intensieve veehouderij in overbelaste gebieden een halt worden toegeroepen en eventuele nieuwe uitbreidingen alleen tot stand kunnen komen als dit in overleg met de omwonenden gebeurt en als aan de nodige zorgvuldigheidseisen – zoals omschreven in de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) – wordt voldaan. Een aanpak die de PVV Noord-Brabant in beginsel kon steunen, maar waarvan de concrete uitwerking onvoldoende is.
Zo zijn in de Verordening Ruimte geen nadere bepalingen opgenomen over de ‘urgente gebieden’: er is niet eens een definitie omschrijving, de invulling wordt aan de gemeenten overgelaten en indien de gemeenten nalatig blijven heeft de provincie geen doorzettingsmacht. Daarom vroeg de PVV in een amendement ook om een nadere definitie van ‘overbelaste gebieden’. Ook zijn voor de PVV belangrijke thema’s als dierenwelzijn en volksgezondheid onvoldoende duidelijk in de plannen meegenomen. De definitieve BZV moet zelfs nog worden vastgesteld, waarbij GS alles laat afhangen van de gesprekspartners in het ‘Brabantberaad’ (o.a. ZLTO en BMF). Het is het een slechte zaak dat GS meer waarde hecht aan de achterkamertjes van het ‘Brabantberaad‘ dan aan de democratisch volksvertegenwoordiging in PS.
De PVV Noord-Brabant vindt het belangrijk dat in het nieuwe veehouderijbeleid een aantal zaken goed en duidelijk geregeld worden: volksgezondheid, dierenwelzijn en leefbaarheid. In de overbelaste gebieden moet de overlast worden beperkt, zoals de geurhinder en de overlast van transportbewegingen. Om dit te bewerkstelligen heeft de PVV een amendement ingediend over de landschappelijk inpasbaarheid, welke is aangenomen. Daarnaast is draagvlak in de omgeving van groot belang en daarom kon de PVV een motie van Groenlinks steunen om een referendum te organiseren over de intensieve veehouderij – dit in lijn met het eerdere initiatiefvoorstel van de PVV om een referendumverordening in te voeren. Op het gebied van volksgezondheid steunde de PVV moties voor een nader onderzoek naar een gezonde afstand tussen woningen en veehouderijen en het zoveel mogelijk beperken van antibioticagebruik. Verder wil de PVV de resultaten van het aankomende grote GGD-onderzoek graag meenemen in de verdere plannen.
Statenlid PVV Noord-Brabant: SP-Gedeputeerde liegt er lustig op los
Op 13 december jl., na behandeling van een Statenvoorstel, stuurde SP-gedeputeerde Johan van den Hout een tweet, waarin hij een persoonlijke reactie gaf op een vermeende uitspraak van de PVV tijdens de vergadering. Het door hem gebruikte citaat is echter nooit door de PVV uitgesproken, doch door hem verzonnen. Het video- en audioverslag van de Statenvergadering geeft hierover onomstreden uitsluitsel.
In een correspondentiewisseling is de Gedeputeerde de kans geboden zijn gewraakte tweet toe te lichten. Hij heeft hiervan geen gebruik willen maken.
Mariette Frijters, Statenlid en Eerste Kamerlid, die het door de Gedeputeerde verzonnen citaat in de mond werd gelegd, is verbijsterd. Zij vraagt zich af hoe het handelen van deze Gedeputeerde zich verhoudt tot de kernbegrippenvan de Gedragscode Integriteit voor politieke ambtsdragers Noord-Brabant 2012.
“Indien zulke zaken getolereerd worden,” zegt zij, “dan zijn we in bestuurlijk en politiek Brabant diep gezonken. Je kunt je afvragen of deze bestuurder nog wel op een geloofwaardige manier kan blijven functioneren en de provincie effectief kan blijven vertegenwoordigen in een functie die het uiterste vergt van vertrouwenwekkend, zorgvuldig en communicatief opereren”.
Zij is dan ook benieuwd naar de reactie van het college van Gedeputeerde Staten.