‘s-Hertogenbosch, 9 oktober 2014
Vragen van de Partij voor de Vrijheid Noord-Brabant aan het college van Gedeputeerde Staten op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde.
Betreft: verantwoording BCH en beloning artistiek directeur
Volgens BN de Stem van 3 oktober 2014 zal Eindhoven het teveel aan uitgekeerd salaris aan artistiek directeur Martijn Sanders van Eindhoven|Brabant culturele hoofdstad niet terugvorderen[1]. In de Eindhovense subsidieverordening geldt een maximum bezoldiging voor medewerkers van een gesubsidieerde instelling.
De Provinciale Algemene Subsidieverordening[2] kent een weigeringsgrond voor subsidies, die geldt voor beloningen boven de zogenaamde Brabantnorm (ter hoogte van het ministerssalaris). Volgens de provincie -aldus de jaarrekening van de stichting- moet de beloning van de artistiek directeur dhr. M. Sanders niet beschouwd worden als bezoldiging.
Voorzitter,
De PVV wil een tweetal punten naar voren brengen over deze nieuwe financiële verordening.
Een eerste punt betreft de niet-inwerkingtreding van artikel 10 uit deze verordening. Dat gaat over de verplichting om een beheersstatuut in het leven te roepen voor het ontwikkelbedrijf en het grondbeleid, en dat te laten autoriseren door Provinciale staten. Omwille van verwijzing in het beheersstatuut naar het FBBV gaat het artikel gaat pas in werking als het college van GS dat wil.
De PVV wil in dat kader twee vragen stellen:
1. Zijn er naast het beheersstatuut van het ontwikkelbedrijf en het grondbeleid nog meer reglementen, verordeningen, richtlijnen of iets dergelijks die verwijzen naar het 'oude' FBBV?
2. Ambtelijk is aan de PVV gemeld dat het gaat om een puur juridische reden. Kan het college volledig uitsluiten dat er redenen van politieke, strategische of bestuurlijke aard zijn die ook aan de niet-inwerkingtreding ten grondslag liggen of daar een rol in spelen?
Voorzitter,
De second opinion die is uitgevoerd naar aanleiding van stevige twijfels over het realiteitsgehalte van het LPM plan was glashelder, en het was beslist geen optimistisch verhaal. Dat moet slikken zijn geweest voor het college, die echter de second opinion vervolgens van tafel veegde en schaamteloos een juichverhaal de pers ingooide.
Dit statenvoorstel over de havenstrategie slaat die plank ook volledig mis.
Er zijn heel wat inhoudelijke bezwaren op het voorliggende plan van de Havenstrategie aan te voeren. Ik noem kortheidshalve slechts de belangrijkste, en die zijn in de kern te vervatten tot twee begrippen, namelijk onzekerheid en enorme financiële risico's. Het gaat dan om de fasering van de planontwikkeling, en om de gigantische financiële risico's in verband met het uitgiftetempo en de verkoopprijs van de grond.